Views
8 months ago

Wandelkrant Nr. 12

  • Text
  • Jotunheimen
  • Cuneo
  • Bohemen
  • Path
  • Moselsteig
  • Moezel
  • Land
  • Woud
  • Walk
  • Maasvallei
  • Nisse
  • Geraardsbergen
  • Hoeilaart
  • Wandelkrant
De Wandelkrant is een gratis en onafhankelijk Wandel- & Outdoor magazine voor de actieve wandelaar en sportelaar met aandacht voor natuur en cultuur. In deze 12de editie: Zoniënwandeltocht Hoeilaart, PLUS-Wandeldag Geraardsbergen, Walk2Gether, De bloemendijken rond Nisse, Rivierpark Maasvallei, Terugblik SAFF Walk, Het Zwarte Woud, Sankt Wendeler Land, Droompaden van de Moezel, Moselsteig, The South West Coast Path, Zuid-Bohemen, Cuneo, Nationaal Park Jotunheimen.

’Als je niet van het

’Als je niet van het Noorse weer houdt, moet je even vijf minuten wachten’, luidt het gezegde. Alle dagen dat we in het Scandinavische land verblijven, wordt die uitdrukking bewaarheid. Want zó loop je in de regen, zó weer in de zon. Het maakt wandelen in Noorwegen nog (in)spannender. WEEKJEWEG NATUURPARK IN NOORWEGEN Wandelen op de maan Dit wordt geen reportage over de schoonheid van Noorwegen. Daarvoor is het landschap waardoor we een aantal dagen rondtrekken veel te rauw. Dit is een verhaal voor wandelaars die kunnen en willen afzien. Want hier kom je jezelf tegen, heb je al na een paar kilometer bij elke voetstap het gevoel boven jezelf te moeten uitstijgen. We trekken door Jotunheimen, een natuurpark met een beschermde status en het populairste wandelgebied in Noorwegen. Men komt vanuit de hele wereld om er van hut naar hut te trekken. Jotunheimen ligt op ongeveer viereneenhalf uur busreizen vanaf Oslo. Onderweg naar het natuurpark rijden we een steeds desolater landschap in. Met bushaltes in de ‘middle of nowhere’, bordjes met ’pas op voor overstekende elanden’, zomaar een snackbar en lege stoeltjesliften op zomerse, dus groene skipistes. Ons doel is Bygdin, een restaurant dat ligt aan het gelijknamige meer. Vandaar steken we met een snel veerbootje over naar Fondsbu, een van de vijfhonderd hutten van DNT, het Noorse verkeersbureau. Aangekomen blijkt hoe populair wandelen en klettersteigen in Jotunheimen is. De stapelbedden in de verschillende hutten zijn bijna allemaal bezet en de gezamenlijke eetzaal zit precies om zeven uur vol met hongerige gasten. In de bemande hutten worden het drie-gangen diner en ontbijt voor u bereid, het lunchpakket stelt u zelf samen. Voordat het dessert wordt geserveerd zingt de vrouw van de beheerder a cappella een droevig, oud volksliedje. Het bezorgt ons kippenvel en laat het oude Noorwegen langzaam onder onze huid trekken. Olie Lang was het land onderdeel van het Deense koninkrijk. Er viel amper iets te verdienen. De enige twee bronnen van inkomsten die de arme bevolking had, waren wat visserij en veeteelt. En toen was er olie! Nu is Noorwegen sinds 1905 een zelfstandig koninkrijk en een van de rijkste landen ter de wereld. De oliegelden worden heel verstandig geïnvesteerd in windmolenparken en men liet zelfs al een oogje vallen op de talrijke watervallen die het land rijk is. Om die energiebronnen en natuurschoonheid te bewaren voor het nageslacht heeft men daarom een aantal natuurparken een beschermde status gegeven. Maar goed ook, want het landschap dat we de volgende morgen inwandelen is zo

uniek dat we ogen en oren tekort komen. Doel is de Beseggen-richel. Om daar te komen moeten we echter eerst nog ruim twee dagen door een landschap vol stenen, meren, sneeuwvlaktes en gletsjers trekken. ’Walking on the moon’ zong The Police en dát doen wij hier. De enkels en knieën kraken, de rug doet pijn onder het gewicht van de rugzak. Het is klimmen en dalen, regenjack aan en weer uit. Af en toe steken we een gammel bruggetje over, dan weer beklimmen we een berg of glijden over een verdwaald sneeuwveld. We hoeven slechts de rode letter T te volgen. Overal in het grijze landschap zien we de rode letter – voor de Noren net zo’n gids als de bijbel en grondwet – die ons leidt naar de verschillende hutten. Elk lid van de DNT heeft een sleutel die toegang geeft tot de onbemande hutten, zoals die van Olavsbu. Waar gegarandeerd altijd een slaapplaats is; desnoods op een matras op de grond. In de hutten zonder personeel moet u zelf koken en opruimen. Met producten die aan het einde van het voorjaar met een helikopter zijn aangevoerd en tijdens het seizoen steeds worden aangevuld door vrijwilligers. Je noteert wat je gebruikt, waarna je de rekening gewoon krijgt thuisgestuurd. Een groep Noorse vrouwen gaat na ons aan de slag in de keuken. Dat hebben ze vaker gedaan want uit de rugtassen wordt allerlei meegebracht voedsel, bier en wijn opgediept. De gezellige sfeer wordt er dankzij de open haard en de zachtjes gloeiende olielampen nog meer door verhoogd. Op weg naar de Beseggen doen we vervolgens eerst nog Gjendebu aan. Bij de meren waar onderweg een boot ligt is vis uitgezet, voor de rest leeft hier helemaal niets. De stokken van de langlauflöpen zijn onze routepalen. Ze leiden ons terug naar de boomgrens waar we weer vogels horen zingen en koeienbellen horen klingelen. Het is er ook warmer, waardoor bomen en struiken kunnen groeien. Ondanks, of misschien dankzij, de vaak harde omstandigheden groeien vele liefdes op in de bergen. DNT speelde daar op in door gedurende een weekend diverse gekleurde petjes te introduceren. Een groene betekent ’beschikbaar’, een oranje ’misschien’ en, u raadt het al, een rood petje ’bezet’. Het werd een groot succes. De hut van Gjendebu, waar Nederlandse Luka gedurende een paar weken de receptie beheert, is de plek waar de meeste relaties ontstaan. Beheerder Lars Age Hilde is ervan overtuigd daar persoonlijk verantwoordelijk voor te zijn. Met een brede grijns vertelt hij zijn geheim: „We hebben hier geen wifi. Daardoor moeten de gasten met elkaar gaan praten, in plaats van steeds met hun telefoontje bezig te zijn!” Klimmen Die romantiek kan ons echter gestolen worden, we willen de Beseggen als scalp! Een snelle veerboot vaart ons de volgende morgen naar Memurubu aan de voet van de richel. Die zo’n 700 meter hoger ligt dan waar we aan land gaan. Klimmen dus, over aanvankelijk nog redelijk begaanbare ’paden’. Maar als we onderaan de Beseggen staan, gaan de riemen van de rugzak en de veters van de schoenen nog strakker. De laatste tweehonderd meter is het immers niet alleen je voeten, maar ook je handen gebruiken. Hijgen, zweten, afzien en niet naar beneden kijken is het parool. ’Wat doet een jongen uit de polder hier?’, flits het halverwege door m’n hoofd. Maar wat is het uitzicht boven adembenemend! Rechts het blauwe meer Bessvatnet en links het 400 meter lager gelegen Gjende-meer, dat smaragdgroen is door de klei die met het smeltwater van de gletsjers wordt meegevoerd. Stijgen is afzien, dalen doet pijn. En zevenhonderd meter afdalen over een afstand van een paar kilometer is lijden. Maar ’s avonds in Gjendesheim, waar een aflevering van de serie Lillyhammer – ’geweldige kerel, die Steve VanZandt!’ – werd opgenomen, zakken we nadat we zo’n 7½ uur in de benen zijn geweest, daardoor nog meer voldaan onderuit met een lokaal biertje. De uitbater van het restaurant prikt die zelfvoldaanheid echter genadeloos door. „Elk jaar wordt de Beseggen door duizenden mensen bedwongen. De jongste was zes jaar en vorig jaar kwam een 91-jarige deelnemer als oudste over de richel. De route die jullie vandaag hebben afgelegd, is ook af te leggen als een hardloopwed-

Onze edities:

Wandelkrant Nr. 26
Wandelkrant Nr. 25
Wandelkrant Nr. 24
Wandelkrant Nr. 23
Wandelkrant Nr. 22
Wandelkrant Nr. 21
Wandelkrant Nr. 20
Wandelkrant Nr. 19
Wandelkrant Nr. 18
Wandelkrant Nr. 17
Wandelkrant Nr. 16
Wandelkrant Nr. 15
Wandelkrant Nr. 14
Wandelkrant Nr. 13
Wandelkrant Nr. 12
Wandelkrant Nr. 11
Wandelkrant Nr. 10
Wandelkrant Nr. 09
Wandelkrant Nr. 08
Wandelkrant Nr. 07
Wandelkrant Nr. 06
Wandelkrant Nr. 05
Wandelkrant Nr. 04
Wandelkrant Nr. 03
Wandelkrant Nr. 02
Wandelkrant Nr. 01